Lopen zonder voetafdruk?

Apr 11, 2021 00:00 · 883 words · 5 minute read klimaat geschiedenis politiek

Michael Mann, Wikimedia Commons

Lopen zonder voetafdrukken

Ben je als klimaatactivist geloofwaardig als je nog vliegvakantie gaat? Mag je anderen de les lezen als er ook om jou een walm van koolstofdioxide hangt? We zouden ons niet graag laten toespreken door een vleesetende dubbelganger van Greta Thunberg die ieder weekend een trans-Atlantische stedentrip maakt. Een dokter die rookt als een ketter vertrouwen we niet.

Al Gore werd na de publicatie van zijn film An Inconvenient Truth van alle kanten aangevallen omdat zijn energierekening twaalf keer zo hoog was als die van een gemiddeld Amerikaans gezin (Mann 2020, 84). En Leonardi DiCaprio oogst felle kritiek omdat hij na zijn klimaatfilm nog steeds de globe rondvliegt (84-85). Het lijkt daarom intuïtief dat alleen zij zonder oliesmet op hun blazoen het woord zouden mogen voeren over klimaatpolitiek. Maar is dat wel zo vanzelfsprekend?

In zijn boek The New Climate War (2020) bespreekt Michael Mann enkele van de tactieken die klimaatontkenners toegepast hebben om de aanpak van het klimaatprobleem te vertragen. We kennen allemaal het zwaar geschut van ‘alternatieve feiten’ en regelrechte ontkenning van de wetenschap. Maar volgens Mann is de ‘puurheidstest’ één van de andere middelen die behoorlijk geniepig en effectief gebruikt is om de klimaatbeweging overhoop te gooien. De focus op individuen haalt de aandacht weg van hun boodschap over systematische verandering en leidt tot verdeeldheid.

Een linkse aanval

Mann, zelf een klimaatwetenschapper, staat al jaren in de frontlinie om kennis over het klimaat onder het grote publiek te brengen. Dat heeft hem niet zelden in het vizier geplaatst van de grote olielobby. Als medeauteur van de befaamde hockeystick curve, die de oplopende temperatuur door CO2-uitstoot laat zien in de vorige eeuw, werd hij een doelwit. Een beruchte memo liet zien dat in 2002 een bekende Amerikaanse opiniepeiler en Republikeins adviseur aanraadde om wetenschappers persoonlijk aan te vallen om hun geloofwaardigheid te ondermijnen. ‘Shoot the messenger’ (32-33) was het devies wanneer je niet langer op inhoud kunt winnen. Mann moet al twintig jaar aanvallen op zijn persoon verduren, terwijl hij overeind probeert te blijven om zijn wetenschap te delen.

Maar nieuw voor Mann is dat dezelfde kritiek nu ook vanuit links begint te klinken. In The New Climate War observeert hij hoe de opkomst van een shaming en callout cultuur leidt tot een overmatige focus op het individu in plaats van op de boodschap, waar de internettrollen van petroleum Staten, zoals Rusland, gretig gebruik van maken. Een wetenschapper die naar een klimaatconferentie vliegt is bij voorbaat verdacht geworden als een verlengstuk van het systeem. Een klimaatactivist die geen vegan is, wordt al afgeschreven vóórdat hij kan pleiten voor een belasting op vlees. Mann beschrijft hoe hij door dierenrechtenactivisten gelyncht werd op sociale media vanwege zijn “aanwijsbare zucht naar vlees” - terwijl hij nota bene vegetariër is (78)!

Internettrollen stoken deze conflicten graag op. In plaats van dat de discussie gaat over klimaatpolitiek, koolstofbelastingen, of de verantwoordelijkheid van hun CEO’s, breekt het groene front in stukken door haarkloverij over het gedrag van individuele wetenschappers of activisten. Hoewel volgens Mann in wezen één doel wordt gedeeld (minder koolstofdioxide in de atmosfeer), gaat deze verloren in eindeloze discussies over het blazoen van de woordvoerder.

De lachende derde

Het voelt altijd lekker om moreel scherpe lijnen te trekken, maar in wezen spint er maar één partij écht garen bij deze strategie: de oliemaatschappijen met hun gevestigde belangen in fossiele brandstoffen. Zolang er niet één front is op het gebied van klimaatverandering, kunnen zij olie blijven oppompen. Als alléén de heiligen onder ons mogen toespreken in naam van het klimaat, dan blijft het akelig stil terwijl de olie door telkens nieuwe leidingen gutst. Het is daarom goed om stil te staan bij wat er nou werkelijk bereikt wordt met dit criterium van absolute puurheid. Misschien is het beter om eerder politiek dan moreel over het klimaat te gaan denken…

Natuurlijk valt er af te dingen op Manns lezing van het klimaatdebat. Hij schuift ideologische onenigheid al te makkelijk opzij in naam van het klimaat, waarbij kapitalisme kritiek en sociale rechtvaardigheid als bijzaken worden gezien. Mann pleit in wezen voor een acceptatie van de status quo, waardoor we beter binnen het systeem naar oplossingen kunnen zoeken. Maar zo’n conclusie is natuurlijk onacceptabel voor mensen die aan de uiteinden van het politieke spectrum verkeren, zowel links als rechts. Dat is naïef omdat in klimaatpolitiek er hoe dan ook meer op het spel staat: op welke manier gaat onze economie eruit zien? Hoe verhoudt de mens zich tegenover Staat en Natuur?

Toch is zijn boodschap urgent. Ook ik denk dat rechtlijnig redeneren niet werkt in een chaotisch systeem als het klimaat waarin alles met alles verbonden is. Niemand is onschuldig. We gebruiken allemaal plastic, we rijden allemaal wel eens in een auto. We leven simpelweg binnen een systeem waarin een infrastructuur ligt die we niet van de ene op de andere dag kunnen vervangen. Maar dat betekent nog niet dat we daar niets van mogen vinden, noch dat het daardoor hypocriet is om dat te willen veranderen. Volgens mij hebben we iedereen daarbij nodig die wil helpen. En het is belangrijk in te zien dat purity tests wel eens in de kaarten zouden kunnen spelen van vieste vervuilers op aarde.

Bron

Mann, Michael E.. 2020. The New Climate War. New York: Public Affairs.

tweet Share